Door naar hoofdinhoud
Zoeken

Ruim een eeuw Mobil

Tot het ontstaan van ExxonMobil in 1999 opereerde Mobil Oil als zelfstandige oliemaatschappij, ook in de Benelux.

De wortels van deze onderneming bevinden zich, net als die van Exxon (Esso), in de Standard Oil Trust van Rockefeller. Twee van de vele 'Baby Standard Oils' die door het anti-trust-vonnis van het Amerikaanse Hooggerechtshof in 1911 ontstonden waren de Vacuum Oil Company en Standard Oil of New York (Socony). In 1931 fuseerden deze twee bedrijven tot Socony Vacuum. Vacuum Oil verkocht toen al benzine onder het Mobilgas-merk, terwijl Socony het mythische vliegende paard, Pegasus, als symbool van kracht en souplesse hanteerde.

Met de fusie vloeiden woord en symbool ineen tot het logo waarvan de vorm ondanks enkele aanpassingen tot op de dag vandaag is blijven bestaan. In 1955 veranderde de naam van het concern in Socony Mobil Oil; honderd jaar na de oprichting van de Vacuum Oil Company, in 1966, werd het simpelweg Mobil Oil.

In Europa

 Mobil was al in de negentiende eeuw actief in Europa. Het begon met handelsactiviteiten, het importeren van olieproducten en het opzetten van verkoopnetwerken, maar in de loop der jaren ontstonden ook plaatselijke productiemiddelen zoals raffinaderijen, smeeroliefabrieken en vanaf de jaren zestig petrochemische installaties. Na de oliecrises van de jaren zeventig en tachtig besloot Mobil zijn activiteiten fors te herstructureren. Om de rentabiliteit te verbeteren sloot of verkocht het concern een aantal productiefaciliteiten zoals de raffinaderij in Amsterdam. Het Europese netwerk van Mobil-tankstations verdween, nadat een joint venture met BP was opgezet voor de verkoop van brandstoffen en smeermiddelen aan bedrijven, instellingen en consumenten.

Mobil was en bleef zelfstandig actief bij de winning van aardolie en aardgas, onder andere in Nederland. Ook investeerde de onderneming in de jaren vóór de fusie met Exxon in geavanceerde chemische productiefaciliteiten, zoals de polypropyleenfabrieken in Virton (België) en Kerkrade (Nederland) en de esterfabriek in Amsterdam.

Na de fusie

Een van de eisen die de mededingsautoriteiten stelden voordat ze akkoord wilden gaan met de fusie tussen Exxon en Mobil, was het ontvlechten van de joint venture tussen Mobil en BP. Mobil behield na de ontbinding de smeeroliebusiness, BP alle overige productie- en marketingactiviteiten die in de joint venture waren ingebracht. ExxonMobil verzorgt sindsdien in Europa de productie van Mobil-smeermiddelen en de verkoop aan de consument via onder andere het netwerk van Esso-stations.

Sluiten