Door naar hoofdinhoud
Zoeken

OIMS (Operations Integrity Management System): Een gedisciplineerd beheerskader

Wij willen zakendoen op een wijze die strookt met de milieu- en economische noden van de gemeenschappen waar wij werken, en die de veiligheid, beveiliging en gezondheid beschermt van onze werknemers, iedereen die bij onze activiteiten betrokken is, onze klanten en het publiek.

Deze beloften zijn gedocumenteerd in onze beleidslijnen voor veiligheid, beveiliging, gezondheid, milieu en productveiligheid.

Deze beleidslijnen werken in de praktijk via een gedisciplineerd beheerskader, Operations Integrity Management System (OIMS) genoemd.

Het OIMS-kader van ExxonMobil bepaalt de gemeenschappelijke, wereldwijde verwachtingen om met de risico’s om te gaan die inherent zijn aan onze zakelijke activiteiten. De term Operations Integrity (OI, operationele integriteit) wordt door ExxonMobil gebruikt bij alle aspecten van de zakelijke activiteiten die van invloed kunnen zijn op het personeel en de prestaties op het vlak van procesveiligheid, beveiliging, gezondheid en milieu.

Het OIMS-kader bestaat uit 11 elementen. Elk element bevat een basisprincipe en een set verwachtingen. Het OIMS-kader bevat eveneens de kenmerken van en de processen voor de evaluatie en implementatie van OI-beheerssystemen.

Toepassing van het OIMS-kader is overal bij ExxonMobil verplicht, met bijzondere nadruk op ontwerp, bouw en activiteiten. Het management is ervoor verantwoordelijk dat er beheerssystemen zijn opgesteld die beantwoorden aan het kader. De omvang, prioriteit en snelheid van toepassing van het beheerssysteem moet gelijklopen met de risico’s van de activiteiten.

Het OIMS-kader van ExxonMobil bepaalt de gemeenschappelijke, wereldwijde verwachtingen om met de risico’s om te gaan die inherent zijn aan onze zakelijke activiteiten.

Element 1

Leiding, engagement en rekenschap van het management 

Het management stelt het beleid op, geeft perspectief, stelt de verwachtingen vast en zorgt voor de middelen voor een succesvolle werking. Om operationele integriteit te verzekeren moet de leiding en inzet van het management zichtbaar zijn voor de organisatie en is er rekenschap vereist op elk niveau.

1.1 — Systemen voor beheer van operationele integriteit worden vastgesteld, gecommuniceerd en ondersteund op elk niveau van de organisatie.

1.2 — Managers en supervisors tonen hun inzet en persoonlijke rekenschap voor operationele integriteit aan op een geloofwaardige wijze, zij promoten een open en vertrouwensvolle omgeving en zij begrijpen hoe hun gedrag van invloed is op anderen.

Hun inzet tonen zij aan via actieve en zichtbare deelname.

1.3 — De kennis en vaardigheden van managers en supervisors, inclusief hun leidinggevende vaardigheden en gedragsvormen, worden ontwikkeld voor doeltreffende toepassing van beheersprogramma’s en -systemen voor operationele integriteit.

1.4 — Het management bepaalt de omvang, prioriteit en snelheid van systeemimplementatie en -verbetering, rekening houdend met de complexiteit en de risico’s van hun activiteiten en producten.

1.5 — Functies, verantwoordelijkheden, bevoegdheden en rekenschap binnen de systemen zijn bekend en worden uitgeoefend.

1.6 — Voor de systemen worden duidelijke doelen en eindpunten vastgesteld en prestaties worden geëvalueerd op basis van deze doelen en eindpunten.

1.7 — Verwachtingen worden vertaald in procedures en praktijken.

1.8 — Het personeel wordt actief betrokken bij het proces van operationele integriteit en relevante lessen worden gedeeld met de hele organisatie.

1.9 — Prestaties worden geëvalueerd en de mate van beantwoording aan de verwachtingen wordt beoordeeld. De resultaten worden bestuurd door het management in het hoofdkantoor.

1.10 — Managers die verantwoordelijk zijn voor door anderen uitgevoerde activiteiten (Operated by Others, OBO), geven de OIMS-principes door aan de operator en bevorderen hun toepassing van OIMS of vergelijkbare systemen.

Element 2

Risicobeoordeling en –beheer 

Uitgebreide risicobeoordelingen kunnen risico’s voor de beveiliging, veiligheid, gezondheid en het milieu verminderen en de gevolgen van incidenten beperken door essentiële informatie te verstrekken ten behoeve van de besluitvorming.

2.1 — Risicobeheer bestaat uit de aanduiding van gevaren, beoordeling van gevolgen en waarschijnlijkheden en uit de evaluatie en implementatie van maatregelen voor preventie en beperking.

2.2 — Risicobeoordelingen worden uitgevoerd voor lopende activiteiten, voor projecten en voor producten, zodat men de mogelijke gevaren voor personeel, gebouwen, het publiek en het milieu kan vaststellen en aanpakken.

2.3 — Periodieke risicobeoordelingen worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel, zelfs deskundigen van buiten de businessunit, indien van toepassing.

2.4 — Risicobeoordelingen worden bijgewerkt met gespecificeerde tijdsintervallen en wanneer er veranderingen zijn.

2.5 — Beoordeelde risico’s worden behandeld door het management van vooraf bepaalde niveaus, geschikt voor de aard en grootte van het risico. De beslissingen worden duidelijk gedocumenteerd.

2.6 — Er is een opvolgingsproces vastgesteld dat ervoor zorgt dat beslissingen van risicobeheer worden toegepast.

Element 3

Ontwerp en bouw van de vestigingen

De inherente veiligheid en beveiliging kunnen worden verbeterd en het risico voor de gezondheid en het milieu kan tot een minimum worden beperkt door gebruik van gezonde normen, procedures en beheerssystemen voor het ontwerp van gebouwen, de bouw en de inbedrijfstelling.

3.1 — Procedures voor projectbeheer worden gedocumenteerd, worden goed begrepen en worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.

3.2 — Er zijn vastgestelde criteria en procedures voor het uitvoeren en documenteren van risicobeoordelingen in specifieke fasen van een project, zodat het project beantwoordt aan de doelstellingen van operationele integriteit.

3.3 —Voor het ontwerp en nieuwbouw of aanpassing van gebouwen worden goedgekeurde ontwerppraktijken en normen gebruikt die:

  • beantwoorden aan de toepasselijke wettelijke vereisten of ze overtreffen;
  • een weergave zijn van verantwoorde vereisten als de wettelijke voorschriften onvoldoende bescherming bieden;
  • rekening houden met andere belangrijke overwegingen voor operationele integriteit, waaronder milieuaspecten en menselijke factoren.  

3.4 — Afwijking van goedgekeurde ontwerppraktijken en -normen of van het goedgekeurde ontwerp is alleen toegestaan na beoordeling en goedkeuring van de daartoe aangestelde, bevoegde persoon en nadat de redenen voor de beslissing gedocumenteerd worden.

3.5 — Er is een proces voor evaluatie van de toepassing van nieuwe of bijgewerkte normen met gevolgen voor de operationele integriteit van bestaande vestigingen.

3.6 — Er zijn processen voor kwaliteitsborging die ervoor zorgen dat gebouwen en ontvangen materialen beantwoorden aan de ontwerpspecificaties, en dat de bouw verloopt volgens de toepasselijke normen.

3.7 — Vóór de inbedrijfstelling wordt een gedocumenteerde controle uitgevoerd om te bevestigen dat:

  • de bouw conform de specificaties is;
  • de maatregelen voor operationele integriteit vastgesteld zijn;
  • er adequate procedures vastgesteld zijn voor noodsituaties, werking en onderhoud;
  • men rekening heeft gehouden met de aanbevelingen voor risicobeheer en dat men de vereiste acties heeft voltooid;
  • het personeel een opleiding heeft gekregen;
  • voldaan is aan de wettelijke bepalingen en vereiste vergunningen. 

Element 4

Informatie/documentatie

Accurate informatie over de configuratie en competenties van processen en gebouwen, eigendom van behandelde producten en materialen, mogelijke gevaren voor operationele integriteit en wettelijke vereisten is essentieel voor risicobeoordeling en -beheer.

4.1 — Tekeningen, pertinente gegevens en documentatie nodig voor gezond ontwerp, werking, inspectie en onderhoud van de gebouwen worden aangeduid, toegankelijk en accuraat en worden op de juiste manier beschermd.

4.2 — Informatie over de mogelijke gevaren van materialen die bij de werking betrokken zijn, worden actueel gehouden en zijn toegankelijk.

4.3 — Informatie over de mogelijke gevaren van producten en begeleiding voor juiste behandeling, gebruik en afvoer ervan worden gedocumenteerd en meegedeeld.

4.4 — Informatie over toepasselijke wetten, voorschriften, licenties, vergunningen, codes, normen en praktijken is gedocumenteerd en wordt actueel gehouden.

Element 5

Personeel en opleiding

Controle van de werking hangt af van mensen. Operationele integriteit vereist de juiste screening, zorgvuldige selectie en plaatsing, continue beoordeling en de juiste opleiding van werknemers en de implementatie van de aangewezen programma’s voor operationele integriteit.

5.1 — Er is een proces voor screening, selectie, plaatsing en continue beoordeling van de kwalificaties en vaardigheden van werknemers op basis van de gespecificeerde functievereisten.

5.2 — Er zijn criteria die ervoor zorgen dat de noodzakelijke individuele en collectieve ervaring en kennis worden behouden. Deze criteria worden aandachtig overwogen als er personeelsveranderingen plaatsvinden.

5.3 — Werknemers krijgen hun eerste en continue opleiding en periodieke bijscholing, zodat zij voldoen aan de functie- en wettelijke vereisten en weten wat de juiste beschermende maatregelen zijn om mogelijke gevaren voor operationele integriteit te beperken.

Deze opleiding omvat:

  • beoordeling van de kennis en vaardigheden van de werknemers in vergelijking met de vereisten;
  • documentatie van de opleiding;
  • beoordeling van de doeltreffendheid van de opleiding.

5.4 — Bij de beoordeling en documentatie van en de feedback over de prestaties van een werknemer wordt rekening gehouden met de elementen van operationele integriteit.

5.5 — Er zijn gedragsgebaseerde processen voor verlaging van de kans op incidenten, die rekening houden met de veiligheid van personeel, van processen, beveiliging en milieu.

Wij verwachten dat:

  • werknemers en contractanten altijd operationele, procedure- en fysieke gevaren herkennen en proactief optreden om deze gevaren te beperken;
  • werknemers en contractanten proactief en routinematig hun risicovol gedrag en dat van collega’s aanduiden en elimineren;
  • rekening wordt gehouden met menselijke factoren, betrokkenheid van het personeel en leidinggevend gedrag;
  • gedragsvormen, risicovolle omstandigheden en andere aanwijzingen die kunnen leiden tot mogelijke incidenten worden gedocumenteerd, geanalyseerd en behandeld.

5.6 — Er is een proces om gezondheidsrisico’s met betrekking tot activiteiten die mogelijk gevolg hebben voor werknemers, contractanten of het publiek, vast te stellen en te evalueren. Op basis van het vastgestelde risico:

  • wordt blootstelling eraan bewaakt;
  • worden de juiste beschermende en preventieve maatregelen toegepast;
  • is er vroege detectie en wordt de diagnose gesteld;
  • worden pertinente gezondheidsgegevens gedocumenteerd en nagezien;
  • wordt bepaald of men medisch geschikt is voor het werk, indien van toepassing. 

Element 6

Werking en onderhoud

Exploitatie van installaties binnen vastgestelde parameters en volgens de regels is essentieel. Dit vereist effectieve procedures, gestructureerde inspectie- en onderhoudsprogramma’s, betrouwbare en voor operationele integriteit cruciale machines en apparatuur en gekwalificeerd personeel dat deze procedures en praktijken consequent uitvoert.

6.1 — Operationele, onderhouds- en inspectieprocedures worden ontwikkeld, toegepast en consequent gebruikt.

Deze procedures zijn, indien van toepassing:

  • speciale procedures voor activiteiten met mogelijk hoger risico;
  • overwegingen gerelateerd aan operationele voorwaarden en beperkingen;
  • overwegingen gerelateerd aan wettelijke en milieuaspecten;
  • overwegingen gerelateerd aan menselijke factoren.

Procedures worden bijgewerkt op gespecificeerde tijdstippen en wanneer er veranderingen plaatsvinden.

6.2 — Er is een werkvergunningsproces met controles en bevoegdheden op basis van mechanische en operationele risico’s.

6.3 — Cruciale machines en apparatuur worden aangeduid en getest en krijgen preventieve onderhoudsbeurten.

6.4 — Tijdelijke stillegging, deactivering of niet-beschikbaarheid van cruciale machines en apparatuur wordt beheerd.

6.5 — Er zijn programma’s voor mechanische integriteit, waar sterk de hand aan wordt gehouden, die tests, inspectie en onderhoud van machines en apparatuur waarborgen.

6.6 — Er worden raakvlakken tussen activiteiten vastgesteld en er zijn procedures voor het beheer van vastgestelde risico’s.

6.7 — Milieuaspecten worden aangepakt en gecontroleerd conform het beleid, de wettelijke vereisten en de bedrijfsplannen. Er is milieugerelateerde bedrijfsplanning die een integraal deel is van de bedrijfsplannen.

6.8 — Milieuprestaties, inclusief uitstoot, lozingen en afval, worden bijgehouden en beheerd om prestatiedoelen te bereiken.

6.9 — Er wordt vooruitgelopen op en voldaan aan toepasselijke wet- en regelgeving, vergunningen en andere overheidsvereisten en de resulterende operationele vereisten worden gedocumenteerd en meegedeeld aan de betrokkenen. Naleving wordt periodiek geverifieerd.

6.10 — Sluiting voor een lange periode of het verlaten van een vestiging wordt goed gepland en beheerd.

6.11 — Er zijn processen voor kwaliteitsborging die ervoor zorgen dat gebouwen en ontvangen materialen voldoen aan de vastgestelde specificaties.

Element 7

Beheer van verandering

Veranderingen in de activiteiten, procedures, normen van een vestiging, gebouwen of organisaties moeten worden geëvalueerd en beheerd, zodat de risico’s voor operationele integriteit ten gevolge van deze veranderingen op een aanvaardbaar niveau blijven.

7.1 — Er is een proces voor het beheer van tijdelijke en van permanente veranderingen.

7.2 — Het proces voor beheer van verandering behandelt:

  • de bevoegdheid voor goedkeuring van veranderingen;
  • analyse van de gevolgen voor operationele integriteit;
  • naleving van voorschriften en goedgekeurde normen;
  • het verkrijgen van de nodige vergunningen;
  • documentatie, inclusief de reden voor verandering;
  • communicatie van risico’s geassocieerd met de verandering en de nodige beperkingsmaatregelen;
  • streefdata;
  • opleiding.

7.3 — Tijdelijke veranderingen gaan niet verder dan de initiële bevoegdheid voor omvang of tijdsperiode zonder beoordeling of goedkeuring.

Element 8

Diensten van derden

Derden die namens het bedrijf werk verrichten, hebben effect op de activiteiten en reputatie van het bedrijf. Het is essentieel dat zij altijd werken op een manier die consistent is en overeenkomt met de beleidslijnen en zakelijke doelen van ExxonMobil.

8.1 — Diensten van derden worden geëvalueerd en geselecteerd op basis van criteria, waaronder een beoordeling van de competentie om werk op een veilige en milieuvriendelijke manier te verrichten.

8.2 — De vereiste prestaties van derden worden gedefinieerd en gecommuniceerd. Ze zijn onder andere:

  • verantwoordelijkheid om personeel te leveren dat correct gescreend, opgeleid en gekwalificeerd is en in staat is om de gespecificeerde taken uit te voeren;
  • een proces voor zelfcontrole en -bestuur.

8.3 — Raakvlakken tussen organisaties die diensten verlenen en ontvangen, worden doeltreffend beheerd.

8.4 — Prestaties van derden, inclusief de leiding, worden bewaakt en beoordeeld, er wordt feedback gegeven en tekortkomingen worden gecorrigeerd.

Element 9

Onderzoek en analyse van incidenten

Effectief onderzoek, het melden en opvolgen van incidenten zijn noodzakelijk om te komen tot operationele integriteit. Ze bieden de mogelijkheid om te leren van de gemelde incidenten, en om de informatie te gebruiken voor correctieve actie en om herhaling te voorkomen.

9.1 — Er is een proces voor het melden, onderzoeken, analyseren en documenteren van werkelijke incidenten gerelateerd aan veiligheid, beveiliging, gezondheid, milieu, naleving van de wet en van significante bijna-ongelukken.

9.2 — De juridische afdeling beschikt over de procedures voor het onderzoek en de analyse van incidenten en het verstrekken van advies, wanneer noodzakelijk.

9.3 — Er bestaan procedures voor werkelijke incidenten en bijna-ongelukken, los van degene die onderzocht worden door de juridische afdeling die:

  • zorgen voor tijdig onderzoek;
  • rekening houden met mogelijke gevolgen bij bepaling van het niveau van onderzoek;
  • de oorzaak en bijdragende factoren bepalen;
  • de toepassing van de nodige acties voor het voorkomen van herhaling van dit incident en gerelateerde incidenten bepalen en garanderen;
  • de juridische inbreng weergeven.

9.4 — Bevindingen worden bewaard en periodiek geanalyseerd om te bepalen waar verbeteringen aan praktijken, normen, procedures of beheerssystemen aangewezen zijn, en worden gebruikt als basis voor verbetering.

9.5 — Er is een proces om de lessen geleerd uit werkelijke incidenten en bijna-ongelukken te delen met alle organisaties van ExxonMobil, en om, indien van toepassing, met anderen samen te werken om verbeteringen van de prestaties mogelijk te maken.

Element 10

Gemeenschapsbesef en voorbereid zijn op noodsituaties

Effectief beheer van relaties met belanghebbenden is belangrijk om het geloof en vertrouwen te verhogen in de gemeenschappen waar wij werkzaam zijn. Noodplanning en voorbereid zijn op noodsituaties zijn essentieel om ervoor te zorgen dat bij een eventueel incident al het noodzakelijke wordt gedaan voor de bescherming van het publiek, het milieu, het personeel van ons bedrijf en onze bedrijfsmiddelen.

10.1 — Wij vragen de samenleving en onze werknemers wat hun verwachtingen en redenen tot bezorgdheid over onze activiteiten zijn, wij erkennen ze en wij behandelen ze op een tijdige wijze.

10.2 — Paraatheid voor noodsituaties en plannen voor bedrijfscontinuïteit zijn gedocumenteerd, toegankelijk en worden duidelijk meegedeeld. De plannen, op basis van de beoordeelde risico’s voor operationele integriteit, zijn:

  • actieplannen voor scenario’s van grote incidenten;
  • organisatiestructuur, verantwoordelijkheden en bevoegdheden;
  • procedures voor interne en externe communicatie;
  • procedures voor het bereiken van personeel en toegang tot uitrusting;
  • procedures voor toegang tot essentiële informatie over operationele integriteit;
  • procedures voor samenwerking met andere bedrijfsorganisaties en externe hulpverleners;
  • proces voor periodieke bijwerking.

10.3 — De uitrusting, faciliteiten en opgeleid personeel om op een noodsituatie te reageren, zijn gedefinieerd en onmiddellijk beschikbaar

10.4 — Periodiek worden simulaties en oefeningen gehouden, waarbij ook wordt nagedacht over de externe communicatie en betrokkenheid van derden. Lessen worden aangeduid en behandeld.

Element 11

Beoordeling en verbetering van operationele integriteit

Beoordeling van de mate van beantwoording aan de verwachtingen is essentieel voor het verbeteren van operationele integriteit en blijvende verantwoordelijkheid.

11.1 — De activiteiten worden beoordeeld met een vooraf bepaalde frequentie, om vast te stellen in welke mate aan de verwachtingen van operationele integriteit wordt beantwoord

11.2 — De frequentie en omvang van de beoordelingen zijn een weergave van de complexiteit van de operatie, de hoogte van het risico en prestaties uit het verleden

11.3 — Beoordelingen worden uitgevoerd door teams van verschillende functiegebieden, waaronder deskundigen van buiten het directe bedrijfsonderdeel

11.4 — De resultaten van beoordelingen worden opgelost en gedocumenteerd

11.5 — Periodiek wordt de doeltreffendheid van het beoordelingsproces nagezien. Bevindingen worden gebruikt om verbeteringen aan te brengen

Sluiten